Zweedse Lappenhond

(Svensk Lapphund)

Groep 5
: Spitsen en Oertypes

FCI: 135

Sectie: 3


Land van Herkomst:
Zweden 

Korte geschiedenis:
De Lapphund is al sinds de prehistorie de hond van de Sami (de Sami staan ook bekend onder de naam "Lappen", wat ze zelf als een belediging beschouwen: bron Wikipedia). Dat de voorvaderen van de Lapphund al heel lang ten noorden van de poolcirkel leven, weet men onder andere door vondsten in de noordelijkste delen van Noorwegen. Opgravingen in Varanger (Noorwegen) leerden de wetenschappers dat de skeletten van rond 7000 jaar voor Chr. zijn. De hond die men onder andere heeft gevonden, de zogenaamde Varangerhond, vertoont duidelijke tekenen van verwantschap met de hedendaagse Lapphund. Na de 2e wereldoorlog heeft men geprobeerd de Zweedse spitshondenrassen in kaart te brengen en men kon toen vaststellen dat de oorspronkelijke Lapphund sterk op zijn retour was. Men heeft toen andere rassen in gekruist om de herderseigenschappen te 'verbeteren', maar deze experimenten waren niet bijzonder geslaagd. De Lapphunden die tegenwoordig op Scandinavische tentoonstellingen te zien zijn, stammen hoofdzakelijk af van de Lapphunden die voordat met de in kruisingsexperimenten begon, naar het zuiden van Zweden zijn gebracht. De oorspronkelijke Lapphunden, zoals die nu "op Scandinavische tentoonstellingen" te zien is stammen allemaal af van honden uit het Noorden van Zweden. Uit de kruisingen zijn selecties gemaakt waaruit de Finse lappenhond en de Lappen Herdershond ontstaan zijn.

Gebruik:
Van oorsprong gebruikt voor het hoeden van rendieren, waakhond en gezelschap, ook om de kinderen warm te houden in de koude nachten. Uitstekende gezinshond.

Aard:
De Lapphund is een prettige gezinshond en is nu in Zweden een populaire hond voor obedience en agility training.
Ondanks dat hij gemakkelijk te trainen is, vriendelijk en toegewijd aan zijn bazen, is hij ook redelijk eigenwijs, en doet de dingen graag op zijn eigen manier. Hij voelt zich het beste als hij niet in een strak keurslijf hoeft te lopen. Zijn liefde voor zijn bazen en speciaal voor kinderen maakt hem tot een fijne familiehond.
Daar de Zweedse Lappenhond van oorsprong een ras is dat altijd hard heeft moeten werken zal hij als huishond ook de nodige afleiding en activiteiten moeten krijgen anders kan hij zich ontwikkelen tot een nerveuze hond die zijn energie niet kwijt kan. Net als meerdere rassen uit de spitshondengroep kan ook de Zweedse Lappenhond zijn stem goed gebruiken, dit is in de opvoeding goed te sturen, daar het een intelligent ras is.

Samenvatting van de rasbeschrijving:
De Lapphund is enigszins rechthoekig, iets kleiner dan middelgroot, levendig en waakzaam.
Hoofd: de schedel iets langer dan breed. Gewelfd schedeldak, nauwelijks uitgesproken achterhoofdsknobbel, scherp uitgesproken stop. De voorsnuit iets langer dan een-derde van de lengte van het hoofd. Rechte neusrug, gevulde voorsnuit, zwarte neusspiegel, droge lippen. Ogen: goed uit elkaar geplaatst, rond, vrij groot. Horizontaal geplaatste oogopeningen, donkerbruin, blik met veel uitdrukking. Oren: kort, rechtopstaand, spits, licht afgerond en breed aan de basis. Zeer beweeglijk. Gebit: compleet schaargebit. Hals: gematigd lang, krachtig, droog. Lichaam: goed gedrongen, licht rechthoekig. Rechte, sterke rug, ruime borstkas met goed ontwikkelde achterste ribben, van voren af gezien ovaal. Uitgesproken voorborst, korte lendenpartij, lange en brede croupe, zwak opgetrokken buiklijn. Ledematen: goed naar achteren geplaatste schouderbladen, goede botten, rechte en evenwijdige voorbenen. Goed gehoekte achterbenen, gespierde dijbenen. Laag aangezette sprongen. Voeten: ovaal, sterk, met goed gesloten tenen. Krachtige elastische voetzolen. Staart: hoog aangezet, uitgerekt reikt hij tot aan de spronggewrichten, borstelig. Wordt gekruld over de rug gedragen als de hond in beweging is. Gangwerk: licht, soepel, ;met wijd uitgrijpende passen en goede stuwkracht. Vacht: weelderig en bestaand uit dekhaar en ondervacht. De dekharen rechtopstaand (afstaand). Bovenvacht is water- en sneeuwafstotend. Op het hoofd en de voorkant van de benen kort haar. Het haar in de hals vormt een kraag. Kleur: bij voorkeur zwart of beerachtig bruin. Borstvlek en witten voeten en staartpunt zijn toegestaan. Schofthoogte: reu 48 cm, teef 44 cm. Een afwijking van +/- 3 cm is toegestaan.

Gezondheid: bij dit ras komt een vorm van PRA (oogaandoening) voor, waar alle honden die voor de fok ingezet worden via DNA op getest en geselecteerd worden. Lijders van deze aandoening worden voor de fok uigesloten.

Voor de officiële rasstandaard in het Engels: zie www.fci.be
Zweedse Lappenhond
Foto Zweedse Lappenhond
(c) 2007 Dorothee den Hartog