Noorse Elandhond (grijs)

(Norsk Elghund, Grå)

Groep 5: Spitsen en Oertypes  

FCI: 242  

Sectie: 2  

Land van Herkomst: Noorwegen  

Korte geschiedenis:

De Noorse Elandhond heeft door de eeuwen heen de mens geholpen om aan voedsel te komen door hun jachtpassie en gezorgd voor bescherming en bewaking tijdens de lange donkere winters van het hoge Noorden. Bij opgravingen in Varanger zijn skeletten gevonden van rond 7000 jaar voor Chr., die duidelijke overeenkomsten vertoonden met de huidige Noorse Elandhond. De Noorse Elandhond is een echte jachthond voor groot wild, met name de Eland en in mindere mate de Beer. Daarnaast is de Noorse Elandhond een sociale hond die als familie hond zich goed thuis voelt mits hij voldoende aandacht en beweging krijgt. Een lange wandeling elke dag is een must voor dit ras. Bij de juiste verzorging is het een rustige hond in huis, buiten actief en alert zoals het een jachthond betaamd. De Noorse Elandhond is het Nationale ras van Noorwegen en Scandinavië heeft dan ook de grootste populatie waarbij de hond nog steeds gebruikt wordt voor zijn oorspronkelijk werk: de jacht op de Eland. Buiten Scandinavië komt de Noorse Elandhond in mindere mate voor in Amerika, Canada en Europa. 

Gebruik:

Werkt los of aangelijnd een wildspoor uit. Bij los werken moet de hond door fel blaffen aangeven dat hij wat gevonden heeft, zodat de jager weet waarheen hij moet gaan. Dat kan door onbegaanbaar terrein even duren; in de tussentijd moet de hond voorkomen dat de eland er vandoor gaat. Tegenwoordig wordt er, als er los gejaagd wordt, veel gewerkt met GPS, wat het vinden van de hond met eventuele Eland vergemakkelijkt. 

Aard:

Onverschrokken en moedig, zelfstandig, eigenzinnig en energiek. Gericht op mensen, vriendelijk, waaks, maar niet agressief tegen vreemden. Redelijk gehoorzaam te krijgen, maar nooit helemaal.

Samenvatting van de rasbeschrijving:

De grijze Noorse Elandhond is een gedrongen, betrekkelijke korte hond, met een dikke, rijke vacht

 Hoofd: wigvormig, vrij breed tussen de oren, voorhoofd en achterhoofd licht gewelfd, nauwelijks uitgesproken stop. Krachtige voorsnuit, rechte neusrug, evenwijdig aan de schedellijn. Ogen: donkerbruin, niet uitpuilend. Oren: hoog aangezet, rechtopstaand, spits, klein en beweeglijk. Gebit: schaargebit. Lichaam: krachtig, gedrongen, kort. Brede borstkas met goed gewelfde ribben. Vlakke rug, nauwelijks opgetrokken buiklijn. Ledematen: goede botten met sterke, droge en rechte voorbenen, duidelijke hoeking van de schouder en opperarm. Achterbenen sterk, droog en krachtig, met duidelijke hoeking van de knie- en spronggewrichten, evenwijdig. Voeten: vrij klein, iets ovaal, goed gesloten, naar voren gericht. Staart: krachtig, hoog aangezet, verhoudingsgewijs kort, dicht behaard. Wordt opgerold gedragen, bij voorkeur boven het midden van de rug. Vacht: dicht, weelderig, stug en zonder krullen. Op het hoofd en de voorkant van de benen kort en dicht aanliggend, het langst in de hals, de achterkant van de voorbenen en de dijbenen en op de staart. De vacht bestaat uit lange, uitstaande, rechte dekharen en een rijkelijke ondervacht. Kleur: donker- of lichtgrijs met zwarte uiteinden aan de lange bovenvacht, lichter op de borst, buik en benen, op de onderkant van de start, onder de staartwortel en rond de hals (kraag). De oren en de voorste delen van de voorsnuit moeten donker zijn (donker masker). Schofthoogte: reu ongeveer 52 cm, teef 49 cm.  

Gezondheid: een aandoening die voorkomt is FRD oftewel Familial Renal Disease is een erfelijke ziekte, die chronisch nierfalen veroorzaakt bij de Noorse Elandhond. Iedere hond die voor de fok ingezet wordt moet hierop getest worden, echter is het geen definitieve garantie dat de hond deze aandoening op latere leeftijd (tot +/- 5 jaar) niet alsnog kan ontwikkelen. Er bestaat nog geen DNA test voor deze aandoening.



Voor de officiële rasstandaard in het Engels: zie www.fci.be
Noorse Elandhond © 2004: Dorothee den Hartog